Inleiding
Spelregels algemeen
Analysis Toolpak
Spelregels specifiek
Functie top 5
Functiesamenhang
Intrest
Renteconversie
Gelijkwaardige  %
Continue intrest
EW en CW
Overige berekeningen
NCW en IR
Afschrijvingen
Effecten
Financiele risico's
Rekenmodellen
Bijlagen
 

1.0.21   De rekenkundige samenhang van de vijf basisfuncties

De onderlinge rekenkundige samenhang illustreren we, onszelf verplaatsend in de positie van een geldgever-spaarder, aan de hand van een volgende set gegevens:

  1. er wordt eenmalig een bedrag van € 1.000 aan het begin van periode 1 uitgezet;
  2. daarnaast wordt jaarlijks achteraf € 241,05 ingelegd;
  3. er wordt uitgegaan van een (spaar)periode van drie jaar;
  4. de samengestelde intrestvoet bedraagt 7% jaarlijks;
  5. het gespaarde eindbedrag is € 2.000 aan het eind van jaar 3.

De gegevens zijn ingevoerd in sheet 2 van de werkmap 10-20.xls, waarbij in het cellenbereik B11:F11 steeds een van de gegevens als onbekende is aangemerkt in de vorm van de bijbehorende functie uit de tabel van paragraaf 1.0.20:

  • in cel B11 wordt met behulp van de functie HW het eenmalige bedrag berekend;
  • in cel C11 wordt met behulp van de functie BET het jaarlijkse in te leggen bedrag berekend;
  • in cel D11 wordt met behulp van de functie NPER de spaarperiode berekend;
  • in cel E11 wordt met behulp van de functie RENTE het rentepercentage berekend;
  • in cel F11 wordt met behulp van de functie TW het eindbedrag berekend.

De bekende gegevens per functie zijn in het bereik B4:F10 als functieargumenten ingevoerd. De onderlinge samenhang is duidelijk te zien door vergelijking van de argumenten in het bereik B4:F10 met de functie-uitkomsten uit het bereik B11:F11: functie-uitkomsten komen als functieargument terug en vice versa. Het argument type_getal (cellenbereik B10:F10) tot slot is in alle kolommen gelijk aan nul gesteld omdat de jaarlijkse inleg van € 241,05 achteraf plaatsvindt. 

1.0.21 Excel-tabel 1

In sheet 3 van de werkmap 10-20.xls gaan we uit van een gelijke gegevensset, maar we verplaatsen ons dit keer in de positie van de geldnemer-bank. We zien dat de bedragen voor de functie-uitkomsten en de functieargumenten volkomen identiek, maar nu omgekeerd van richting zijn.

Bij de berekeningen in het vervolg van dit deel, waarbij basisfuncties betrokken zijn, zullen we ter bevordering van het inzicht – en als extra controlemiddel – vaker van deze presentatiewijze gebruikmaken. De gebruikte (gemeenschappelijke) functieargumenten zijn dan steeds opgenomen in de eerste kolom. 

1.0.20 Excel-tabel 2

Volgens de financiële rekenkunde zit het getoonde voorbeeld als volgt in elkaar:

De samenhang uitgewerkt

TW = eindwaarde van het kapitaal na n perioden = Kn;
HW = contante- of beginwaarde van het kapitaal in periode 0 = K;
NPER = aantal perioden = n;
RENTE = de samengestelde intrestvoet = i.

De getoonde samenhang komt voort uit de volgende basisregels.

Uitgaande van de eindwaarde:

Uitgaande van de contante waarde:

Uitgaande van de samengestelde intrestvoet:

ofwel

want

en

Uitgaande van het aantal perioden:

want 

en

Impliciet zal steeds van deze rekenkundige vergelijkingen worden uitgegaan bij de uitwerking van de vraagstukken onder 2.0 ('eind- en contante waardeberekeningen') en 3.0 ('voortgezet rekenen met de basisfuncties'). Voorzover er in de onderliggende paragrafen geen aandacht aan wordt geschonken, worden deze vergelijkingen bekend verondersteld.

 

wesselsweb | g.wessels3@chello.nl