1.0.10 De algemene spelregels voor Excel-functiesIn totaal beschikt Excel over meer dan driehonderd ingebouwde functies waaronder vijftig financiële. Functies binnen Excel worden aangegeven door middel van een functienaam met daarachter tussen haakjes een of meerdere functieargumenten, onderling gescheiden door puntkomma's: functienaam(argument 1;argument 2;..........;argument n). Met behulp van het dialoogvenster Functie invoegen kunt u op een makkelijke manier functies met de bijbehorende argumenten invoeren. Het dialoogvenster is binnen Excel op een van de volgende manieren te benaderen: - Kies via de menubalk: Invoegen – Functie.
- Klik op de knop Functie invoegen links van de formulebalk.
- Druk op Shift+F3.

In het linkerdeelvenster van het dialoogvenster staan de functiecategorieën opgenomen. Indien u, zoals hierboven, kiest voor de categorie Financieel ziet u rechts de bijbehorende financiële functies verschijnen. In het rechterdeelvenster kiest u onder functienaam voor de gewenste functie en klikt u op OK. Hierna verschijnt het dialoogvenster van de gekozen functie met de bijbehorende functieargumenten. Als voorbeeld is hieronder het dialoogvenster voor de functie RENTE weergegeven. 
U kunt dit dialoogvenster gebruiken om de benodigde functieargumenten in te vullen. Dit kan naar keuze via: - cel- of bereikverwijzingen;
- rechtstreekse invulling van waarden;
- expressies;
- andere (geneste) functies.
Cel- of bereikverwijzingen kunt u eenvoudig specificeren door op de dialoogknop rechts in het invulvak te klikken. Excel vouwt het dialoogvenster dan tijdelijk samen tot een smal venster, zodat u een bereik in het werkblad kunt selecteren. Het aantal argumenten dat de geselecteerde functie gebruikt, bepaalt het aantal invulvakken in het dialoogvenster. Afhankelijk van de functie kunnen argumenten verplicht of optioneel zijn, hetgeen te zien is aan de al of niet vetgedrukte omschrijving. Bij de rekenvoorbeelden maken we zoveel mogelijk gebruik van vaste rekenformats op basis van cel- of bereikverwijzingen. Dit ziet er dan voor de functie RENTE dan uit als in sheet 1 van de werkmap 910-920.xls. 
910.10 Excel-tabel 1 De argumenten zijn opgenomen in de cellen B2:B6, de functie c.q. de functie-uitkomst in cel B7.Bij invulling van het dialoogvenster kunnen we aanvullend nog de volgende praktische tips aan de hand doen: - Door de eerste letter(s) van de gewenste functie in te vullen kunt u op een snelle manier de gewenste functie vinden in het dialoogvenster.
- Het vraagteken linksonder in het dialoogvenster biedt rechtstreeks toegang tot de hulpfunctie van de gekozen functie.
- Als de actieve cel al een formule bevat die een functie gebruikt, verschijnt direct het bijbehorende dialoogvenster als u op de knop Functie invoegen klikt.
- U kunt het dialoogvenster Functie invoegen gebruiken om een functie in een bestaande formule in te voegen. U bewerkt eenvoudig de formule en verplaatst de cursor naar de positie waar u de functie wilt invoegen. Open vervolgens het dialoogvenster Functie plakken en selecteer de functie.
- Als de actieve cel een formule bevat die een of meer functies gebruikt, kunt u deze functies afzonderlijk in het dialoogvenster Functieargumenten bewerken. In de formulebalk klikt u op de functie die u wilt bewerken en vervolgens klikt u op de knop Functie invoegen.
|